Telefoon:0598-633699

UMTS: Zwitsers onderzoek ontoereikend

UMTS: Zwitsers onderzoek ontoereikend

De belangrijke vraag naar de lange termijn effecten van blootstelling aan lage veldsterkten van UMTS, GSM, WiFi, DECT, C2000, radar, tv, radio en miljoenen draadloze telefoons en andere toepassingen, blijft vooralsnog onbeantwoord. Ook het Zwitsers onderzoek komt hier niet aan tegemoet.
Door M.P. Verheuvel

In 2003 voerde TNO onderzoek uit naar het welbevinden en verstandelijk functioneren van proefpersonen onder invloed van radiofrequente straling in een stralingsvrije ruimte. Volgens een van tevoren vastgestelde dubbelblinde proefopzet werden de personen blootgesteld aan veldsterkten van ongeveer 1 volt per meter (V/m) van de frequenties 900 en 1800 MHz (= GSM) en 2100 MHz (= UMTS).
Dit werd het COFAM onderzoek genoemd, hier verder COFAM I genoemd. Er is in dit onderzoek onder andere een statistisch significante relatie gevonden tussen de aanwezigheid van radiofrequente velden die lijken op die van een UMTS-zendmast en het ervaren welzijn van de proefpersonen, ongeacht of deze zichzelf als gevoelig of niet gevoelig voor straling beoordeelden.
De gevoelige proefpersonen werden geselecteerd uit het bestand van het Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu (MNGM) en werden ook door het MNGM benaderd. Het resultaat staafde het vermoeden van een groeiend deel van de bevolking, dat de steeds toenemende mix van radiofrequente straling, in het bijzonder die van UMTS, toch wel slecht zou kunnen zijn voor de gezondheid.

Zwitsers onderzoek
Veel gemeenten (ongeveer 60) weigerden vervolgens de plaatsing van UMTS-masten. Zowel TNO als de Gezondheidsraad raadde aan om een replicatie van het TNO-onderzoek te laten uitvoeren door een onafhankelijke onderzoeksgroep. Dit werd het Zwitserse ETH-onderzoek, verder COFAM II genoemd.
Over dit onderzoek, dat had moeten dienen als een replicatie van het COFAM I onderzoek van TNO, is tot dusver alleen een artikel verschenen in het tijdschrift Environmental Health Perspectives, een Amerikaans blad van het Department of Health
and Human Services, juni 2006. Is COFAM II werkelijk een herhaling van COFAM I geworden?

Ons inziens is dit niet het geval, en wel om de volgende redenen. TNO gebruikte evenveel gevoelige proefpersonen (MNGM-ers) als niet-gevoelige. (36 om 36) ETH gebruikte 33 self-reported sensitive en 84 niet-gevoelige proefpersonen.
In Zwitserland kwam men aan de gevoelige proefpersonen via adverteren in een lokale krant, via folders en uit databases van gevoelige mensen die al eerder aan een onderzoek hadden deelgenomen. Door een gebrek aan maatstaven voor elektromagnetische gevoeligheid ging men uit van mensen die zeiden gevoelig te zijn voor radiofrequente elektromagnetische velden.
In Nederland kwamen de gevoelige mensen uit de databank van het Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu. Dit waren mensen die al geruime tijd gezondheidsklachten dachten te hebben door masten in hun buurt of op hun dak. Zij kwamen uit alle uithoeken van Nederland. De proefpersonen van COFAM I waren tussen 18 en 75 jaar, van COFAM II tussen 20 en 60 jaar.

Blootstelling
In het COFAM I onderzoek namen de proefpersonen deel aan vier sessies van 20 minuten op één dag. In het schema op blz.33 is te zien dat er vier sessies zijn, dus 4x 20 min. (waarvan de eerste de oefensessie is). In de overige drie sessies
kon men blootgesteld zijn aan 900 MHz, 1800 MHz (GSM) of 2100 MHz (UMTS) met veldsterkte 1 V/m of aan placebo (0 V/m).

Gedurende de sessies moest men testen uitvoeren. Letterlijk staat in het TNO rapport op blz. 11 te lezen: 'Tijdens de eerste sessie vulden de proefpersonen een vragenlijst in en voerden de verstandelijke functietest slechts uit als oefening. We beklemtonen dat tijdens die eerste zitting geen van de proefpersonen aan elektromagnetische velden is blootgesteld. De proefpersonen werden geïnformeerd over het ontbreken van GSM- of UMTS-achtige velden. Tijdens de tweede, derde en vierde sessie vond de daadwerkelijke blootstelling plaats onder dubbel geblindeerde willekeurig gekozen omstandigheden'.
Verder vulden de proefpersonen twee vragenlijsten in, dat respectievelijk 20 min. Tot 10 min. in beslag nam. In het COFAM II onderzoek werden de sessies wekelijks uitgevoerd.



Letterlijk staat op blz. 10 van het Zwitsers onderzoek: '
Het bestond uit drie experimentele sessies met wekelijkse intervallen (één dag min of minder), die door een oefensessie van een week (één dag meer of minder) werden voorafgegaan en die altijd op hetzelfde tijdstip van de dag werden ingeroosterd (één uur meer of minder)' […] 'Elke blootstellingssessie duurde 45 min., waarin de proefpersonen twee reeksen verstandelijke opdrachten uitvoerden, zowel bij aanvang als na afloop van de 22 min. durende blootstelling. Tussen de sessies door (NB.: hiermee worden twee de testen per sessie bedoeld!), bleven de proefpersonen voor de computer en werd hen toegestaan om tijdschriften te lezen'.
Ook vulden zij voor en na de blootstelling vragenlijsten in. Eén van de vragenlijsten was dezelfde die TNO gebruikt had.

Vervolgonderzoek
In het COFAM II onderzoek vond alleen blootstelling aan UMTS-achtige straling plaats (2100 MHz) en wel in twee verschillende veldsterkten, namelijk 1 of 10 V/m. In het COFAM I onderzoek was de blootstelling bovendien meer plaatselijk.
In COFAM II werden zwaardere eisen gesteld aan de gezondheid en ziektegeschiedenis van de proefpersonen. Uitsluitingscriteria die anders waren dan die van COFAM I hadden betrekking op het voor komen van slaapstoornissen, roken, consumptie van cafeïnerijke dranken, consumptie van alcohol, het hebben van een chronische ziekte en nog andere parameters die ervoor zorgden dat de onderzochte populatie van COFAM II veel gezonder was dan die van COFAM I.
We mogen dus concluderen dat het COFAM II onderzoek geen replicatie-, maar een vervolgonderzoek is geworden, toegespitst op UMTS. Aangezien men in het COFAM I onderzoek op één dag blootstond aan meerdere soorten straling, vaak na een lange reis, was die blootstelling meer te vergelijken met die in het dagelijks leven dan die van het COFAM II onderzoek.
De conclusie van het COFAM II onderzoek komt er op neer dat het korte-termijn effect van UMTS-achtige straling (1 V/m) op het welzijn, dat aangetroffen werd in het COFAM I onderzoek, niet bevestigd kon worden. De effecten op de hersenfuncties waren marginaal en zouden op toeval kunnen berusten.
Verder was de maximale ruimtelijke absorptie in het hersenweefsel aanzienlijk minder dan gedurende het gebruik van een mobieltje. Er kunnen dus geen conclusies getrokken worden met betrekking tot de korte termijn effecten van mobiel bellen of de lange termijn effecten van UMTS-achtige stralingsblootstelling op de menselijke gezondheid.

Onbeantwoord
Een cruciale en na het COFAM I en COFAM II onderzoek nog steeds onbeantwoorde vraag is of deze zwakke niet-ioniserende radiofrequente straling (op straatniveau meestal niet meer dan circa 3 volt/meter) op de lange termijn schadelijk zou kunnen zijn voor onze gezondheid en waarom dit zo is (de vraag dus naar het 'biologische mechanisme'). Wij hebben het dan over de combinatie van frequenties, zoals we die in het dagelijks leven tegenkomen: UMTS-, GSM-, DECT-, WiFi-, tv-, radio-, C2000-zenders, etc.

In 2004 concludeerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in haar rapport'Gezondheidskundige Advieswaarden Binnenmilieu' op blz. 29 dat 'voor niet-ioniserende straling, zowel in het laagfrequente gebied als in het radiofrequente gebied, geen waarden voor de blootstelling kunnen worden afgeleid waaronder het risico voor bewoners bij levenslange blootstelling afwezig of verwaarloosbaar is'. Volgens het RIVM zijn, naast de momenteel gebruikte basisrestricties en referentieniveaus die zijn gebaseerd op acute effecten na relatief korte blootstelling, de gevolgen van langdurige blootstelling aan waarden onder deze basisrestricties en referentieniveaus niet duidelijk. Alle onderzoeken ten spijt is deze conclusie nog steeds geldend.

Klachten
Verreweg de meeste meldingen van gezondheidsklachten komen van mensen die langdurig wonen (slapen) en/of werken in/met verschillende radiofrequente-stralingsbronnen. Acute klachten worden ook wel gemeld, maar veel minder. Bovendien kan een acuut optredende klacht ook het gevolg zijn van een langdurige blootstelling.
Inventarisaties van klachten, zoals die door het MNGM, de Mainzer Wachhund en Santini uitgevoerd werden of worden, suggereren dat de bestraling op langere termijn een scala van aspecifieke gezondheidsklachten zou kunnen veroorzaken, zoals slapeloosheid, hoofdpijn, onwel voelen, vermoeidheid, irritaties, tinnitus, concentratieverlies, etc.
Daarbij komt nog dat lang niet iedereen even gevoelig is voor de straling. Dat kan opgemaakt worden uit de ervaringen van vier proefpersonen van het COFAM II onderzoek, die aangaven dat zij wel degelijk gezondheidsklachten overhielden na de exposities. Van de 117 personen zouden er 4 gerapporteerd hebben dat hun gezondheid er behoorlijk zwaar onder geleden heeft, tijdens en vooral na de proefbestraling.

Ook bij het COFAM I onderzoek waren enkele proefpersonen die na afloop zieker werden of de sessies niet uithielden. Dit is ons bekend uit een later gehouden enquête onder de melders bij het MNGM, die meegedaan hadden aan het onderzoek. In het COFAM II artikel werd evenwel gesteld, dat geen enkele van de proefpersonen de kortstondige elektromagnetische velden kon bespeuren.
In strikt technische zin (het voelen van zwakke stralingen) is dat correct. Rechtstreeks en bewust voelen is één ding, de gevolgen ervan gewaarworden, ook na verloop van enige tijd, is heel iets anders. In feite zeggen de studieresultaten dan ook dat een mens geen zintuig heeft waarmee hij of zij hoogfrequente straling van UMTS bewust kan waarnemen.

Bevolkingsonderzoek
Bevolkingsonderzoeken over blootstelling aan radiofrequente straling op langere termijn bij mensen die in de omgeving van een GSM of UMTS zendmast wonen en leven, geven een uitslag die een statistische waarschijnlijkheid uitdrukt dat klachten zullen optreden door een bepaalde milieufactor. Om dit te vinden, moeten storende factoren worden uitgesloten.
Er werden verschillende onderzoeken gedaan in het buitenland, waarbij nogal wat kritiek was op de uitvoering. In het tijdschrift Occupational and Environmental Medicine werd echter recent een epidemiologisch onderzoek gepubliceerd, dat er voor zover nu bekend wel gedegen uitziet.
Dit onderzoek uitgevoerd door het Institute of Environmental Health, maakte duidelijk dat ondanks erg lage radiofrequente blootstellingswaarden effecten op welzijn en prestatie niet uitgesloten kunnen worden, zoals recent verkregen resultaten van experimenteel onderzoek laten zien. Echter de mechanismen bij deze lage blootstellingen zijn niet bekend.
Er werd in dit onderzoek een significante relatie gevonden tussen mate van blootstelling en het voor komen van hoofdpijn.
De waarnemingssnelheid nam toe, terwijl de nauwkeurigheid afnam. Op de kwaliteit van de slaap werd geen effect gevonden. Dit onderzoek zou door deskundigen eens nader bekeken en beoordeeld moeten worden.

Biologische mechanismen
Om biologische mechanismen te kunnen aantonen zijn weer andere onderzoeken nodig. Er zijn veel onderzoeken gedaan bij verschillende soorten dieren, organen, weefsels en cellen. (zie de twee literatuuronderzoeken van de Utrechtse Wetenschapswinkel Biologie). Daaruit bleek dat helaas geen enkel onderzoek precies hetzelfde is gedaan, waardoor de resultaten verschillend zijn. Sommige onderzoeken tonen iets aan, andere weer niet. Wanneer wel iets wordt aangetoond bij mensen, bijvoorbeeld de verstoring van het slaappatroon, dan wordt daarbij aangetekend dat men zich wel kan herstellen, dus dat het eigenlijk niet erg is. Dit gaat natuurlijk alleen op als het herstellend vermogen nog optimaal is.


Aantasting van het regulerend mechanisme van een levend organisme kan op meerdere manieren gebeuren en in de praktijk zal het een gevolg zijn van een cumulatie van factoren waarvan, naast blootstelling aan chemische stoffen, chronische blootstelling aan radiofrequente straling er één is. Vooral mensen met een toch al zwak of verkeerd werkend immuunsysteem, bijvoorbeeld na ziekte, na een operatie, bij ouderdom of aangeboren zwakte, bij gebruik van medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken of met afwijkingen aan hun zenuwstelsel, zullen meer last hebben van deze factoren. Ook chronische ontstekingen, al dan niet door pathogene organismen, moeten niet vergeten worden in deze context! Een individueel persoon wordt in onze maatschappij meestal getroffen door combinaties.
Het is erg onverstandig om bij de bestrijding van deze cocktail één van de componenten te bagatelliseren en lange termijn onderzoek op dit gebied te frustreren. De econoom John Maynard Keynes mag dan ooit gezegd hebben: 'In the long run we are all dead', maar dat betekent nog niet, dat alleen korte termijn wetenschap nog nastrevenswaard is.

Onvolledige rapportage
Het COFAM II onderzoek kostte 723.000 CHF (€ 433.000) waarvan 40 procent betaald werd door de industrie en 60 procent door overheden, Zwitserse zowel als Nederlandse. In Nederland waren dat de ministeries van EZ, VWS, VROM en SZW.
Het lijkt erop, dat geen enkel ministerie ondanks haar financiële bijdrage geïnteresseerd is in een volledige wetenschappelijke rapportage. Zij kunnen de conclusies van het onderzoek namelijk niet zelf controleren op dit moment. In de samenvatting zijn wel cijfers gegeven, er valt echter niet uit op te maken hoe de testen zijn verlopen en in hoeverre het onderzoek is gemanipuleerd in de richting van een door de sponsors gewenste uitkomst.
Zowel het RIVM als verontruste burgers die zich met de problematiek bezighouden zijn daar wél in geïnteresseerd. Het RIVM laat in zijn beoordeling van het 'Zwitsers onderzoek' van 6 juni 2006 meerdere malen blijken dat zij het onderzoek door het ontbreken van een gedetailleerd rapport niet goed kan beoordelen.
Het RIVM stelt dat door de wijze van presentatie van de Zwitserse gegevens niet getoetst kan worden of de resultaten van de TNO-resultaten afwijken. Ook de gerechtelijke eis het uitgebreide rapport ter beschikking te stellen aan advocatenbureau BAWA, leverde niets op.
Door de onderzoeksleider, prof. Achermann, werd bevestigd dat er geen rapportage is behalve het peer reviewd (getoetst door collega's) artikel. Zelfs Prof. Zwamborn, die in het expertpanel zitting had en die de leiding had over het COFAM I onderzoek, heeft aangegeven niet te weten hoe de beoordeling van de resultaten heeft plaatsgevonden en vooral, welke correctiefactoren daarbij golden.
Wij kunnen ons niet voorstellen dat dit peer review uitgevoerd is aan de hand van het artikel zoals het nu voorligt.
Het zou erg zijn als er geen uitgebreid wetenschappelijk rapport is voor al het geld dat het onderzoek gekost heeft.

Van Geel
De minister, de Gezondheidsraad (de Commissie Elektromagnetische Velden) en de World Health Organization vinden niet dat er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat de milieufactor 'Elektromagnetische Velden' bij veldsterkten onder de huidige normen ernstige of onherstelbare schade aan de gezondheid of het milieu kan veroorzaken. Daarom mogen de telecomproviders doorgaan met de installatie van tienduizenden pittige zenders op elke plaats die hun goeddunkt.

Een interessant aspect hiervan is de timing van dit hele spel. Na de verkoop van de UMTS zendlicenties (voor ca. 7 miljard gulden) kwamen de overheid en de providers overeen dat er in 2004 begonnen zou worden met de uitrol van de UMTS zenders. Na het COFAM I onderzoek (2003) en de technische afsluiting van het COFAM II onderzoek (2005) duurde het nog een vol jaar voordat het resultaat, een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift, naar buiten kwam. De reden voor het uitstel zou zijn, dat er peer review uitgevoerd werd, hetgeen wat lang duurde.
Ongeveer op hetzelfde moment van de openbaarmaking van de conclusie van het COFAM II onderzoek deed de Commissie Elektromagnetische Velden van de Nederlandse Gezondheidsraad voorstellen in haar rapport voor verdere studies met betrekking tot kunstmatige elektromagnetische straling en gezondheid.
Voor de sleep van nieuwe onderzoeken moeten de budgetten nog worden aangevraagd en bovendien is de diversiteit van de gevraagde onderzoeken zodanig dat de Gezondheidsraad geen kans ziet er een prioriteit in aan te geven. De door de Gezondheidsraad gevraagde studies suggereren dat er nog een wereld aan onderzoeken gedaan moeten worden. Dit gaat nog lang duren. Hierbij moet worden aangetekend dat voorlichting en onderzoek door de overheid wordt beschouwd als het hanteren van het voorzorgprincipe. De gretigheid, waarmee de politiek (staatssecretaris Pieter van Geel van VROM) en de media de onderzoeksresultaten aanpakten en meteen onjuist weergaven, zowel naar het Nederlandse publiek als naar het parlement, is weinig vertrouwenwekkend. De heer Van Geel verspreidde namelijk al voor het verstrijken van het embargo op 6 juni jl. het onjuiste bericht, dat de studie aantoont dat zowel korte- als lange-termijn bestraling met UMTS velden van een basisstation volstrekt ongevaarlijk zijn.

Proefkonijn
De belangrijke vraag naar de lange termijn effecten van blootstelling aan lage veldsterkten van UMTS, GSM, WiFi, DECT, C2000, radar, tv, radio en miljoenen draadloze telefoons en andere toepassingen, blijft voorlopig nog onbeantwoord.
Geregeld lezen we dat de ene frequentie de andere stoort en wij zitten daar als levende elektromagnetische wezens tussenin.
Ook de vraag wat de draadloze telefoon na jarenlang gebruik doet, vooral bij kinderen en tieners, die uren kunnen praten met de zender vlak bij het hoofd of het lichaam, is nog onbeantwoord. Zonder daarover in kennis te zijn gesteld, fungeert de hele bevolking als proefkonijn voor een grootschalige medisch experiment, waarvan de gevolgen niet te overzien zijn.
Een massale aantasting van het menselijke regulatiesysteem leidt logischerwijze tot een massale stijging van het aantal onbegrepen ziekten en ziektedagen. Tegenwoordig zien we deze massale stijging overal om ons heen gebeuren, met in het kielzog een explosieve toename van de ziektekosten.
Onze overheid weigert de verbanden met kunstmatige elektromagnetische velden te leggen, omdat de wetenschappers nog niet begrijpen hoe het werkt (hoewel ze dit bij hoogspanning wel gedaan heeft op grond van epidemiologische onderzoeken). Ook kan natuurlijk heel veel worden verklaard door ander milieufactoren of leefwijze. Ziekteverschijnselen worden als losstaande gevallen behandeld.
De installatie van tienduizenden zendmasten gaat ondertussen gewoon door. Daarom is het zeer belangrijk dat gezondheidsklachten, waarvan men denkt dat ze door elektromagnetische velden worden veroorzaakt, bij het Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu worden geregistreerd. Hoe meer meldingen, hoe sterker de signalen richting overheid.
Ook activiteiten van groepen die in actie komen tegen de plaatsing van zendmasten kunnen veel bereiken.
Zo heeft de groep STS (Spijkenisse tegen Straling) bereikt dat Spijkenisse geen toestemming meer geeft voor plaatsing van nieuwe UMTS-masten en dat de reeds geplaatste masten verwijderd moeten worden.

Geschreven door M.P. Verheuvel, met bijdragen van Ch. Claessens en G.Teule
De stichting Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu (MNGM) is een onafhankelijke non-profitorganisatie met als doel de relatie tussen gezondheid en milieufactoren helder te krijgen. Naast registratie van milieugerelateerde gezondheidsklachten ondersteunt het MNGM ook melders en locale actiegroepen met kennis en advies.
Website MNGM: http://www.gezondmilieu.nl

Wilt u nog meer nieuwsberichten lezen? Ga dan naar de Blogpagina.

Meest verkocht

Afgeschermde voedingskabel 230V - @@-woonbiologie
Afgeschermde voedingskabel 230V voor computer en r
€ 19,90
Productinfo
Uitbreidingsset - @@-woonbiologie
TS-206 FullEco uitbreidingsset, incl. Bureau Lader
€ 69,95
Productinfo
Balance Time wekker - @@-woonbiologie
Soort uurwerk Radiosynchronisatie Voeding 2x batt.
€ 21,95
Productinfo
Onzichtbare risico's in het Draadloze Tijdperk - @@-woonbiologie
Onzichtbare risico's in het Draadloze Tijdperk
€ 22,50
Productinfo

Laatste nieuws

Bekijk alle nieuwsberichten op deze pagina